Logo
  LSVO
LOODSEN SPORT VERENIGING OOSTENDE
line decor
line decor
 

 

Echt gebeurd...

Verhalen, anekdotes en gebeurtenissen van loodsen door loodsen...

Iedereen die een grappige anekdote of verhaal kwijt wil en wil bewaren voor de toekomst kan deze steeds mailen naar:

Loodsenverhalen voor de website.

 

"Nieuw gebit" door Johny Gunst

Jaren terug moest een kanaalloods zijn gebit helemaal laten vernieuwen. Voordat dit kon gebeuren moesten de laatste tanden getrokken worden. Dit eenmaal gebeurd, werden de nodige schikkingen en voorbereidingen gedaan om een nieuw gebit aan te meten. Vooraleer het nieuwe gebit klaar was, gingen er enkele weken werkzaamheden aan vooraf. De loods in kwestie moest dan maar enkele weken zonder tanden varen.

Zo geschiede: Op een avond was de loods (zonder tanden) aan het afvaren op het kanaal Gent-Terneuzen. Op de VHF werd de loods in kwestie opgeroepen door de brugwachter van Zelzate, met de mededeling " Loods...zet maar een tandje bij, want de brug staat reeds open". Een zeer toepasselijke woordspeling aan iemand die zonder tanden voer. Echt Gebeurd.

De "Flamingo" door Freddy Fonteyne

Door het feit dat er nog geen radarbegeleiding voorzien was voor de "Methania", heeft het schip lange tijd "werkloos" in een Noorse fjord gelegen. Het mocht, volgens de Beheersmaatregelen Zeebrugge niet aandoen.

Het moet ergens in 1985 geweest zijn dat de Directie mij vroeg om, tesamen met de RMD Oostende, een voorlopige radarcentrale op te richten op de oude muur van Zeebrugge. Zoals gewoonlijk was er de vrijdag namiddag een gesprek met de Nautische Dienstchef Zeebrugge, om de stand van zaken te bespreken.

Op dit moment had ik een zware verkoudheid, en hij gaf mij een borreltje, zoals toen gangbaar was, als medicijn. Eens leeg, begon ik te hoesten en gaf een knipoog naar mijn leeg glas, meegevend dat men moeilijk op één been kon staan.
Het gesprek verliep dan als volgt:

- Dienstchef: "Ben je ooit naar de Zoo geweest?"
- Ik: "Natuurlijk, zoals iedereen zeker?" (al vond ik dat al een eigenaardige vraag!)
- Dienstchef: "Heb je daar flamingo's gezien?"
- Ik: "Natuurlijk!"
- Dienstchef: "En is er je niets opgevallen?"
- Ik: "Nee, niets speciaal!?"
- Dienstchef: "Wel, ze staan op één poot en vallen nooit om!"

Einde van het gesprek en ik kon fluiten naar mijn tweede borrel!

Het Pre-radar tijdperk door Louis Cloet

In het begin van de jaren' 50 waren nog vele schepen zonder radar, soms hadden ze er één maar die was dan stuk. Kort gezegd het begrip de radar 24u op 24 laten draaien was er niet bij.

We hebben ook lange mist periodes gehad  dat er wel 160 schepen in de monding van de Schelde ten anker lagen. Ook aan de Westpost stapelden de schepen zich op. We hadden continu gebrek aan loodsen of men kon ze niet afhalen.

De schepen gingen ook niet zonder loods opvaren naar Vlissingen, er staken teveel masten van de oorlogswrakken boven  en nog meer onzichtbare wrakken. We wilden toch naar binnen en afgelost worden. Men gebruikte vaak de Decca Lanes. Bij ons gebruikten we rood en groene lanes maar er zat een constante fout op door het "Kust-effect". Hierdoor zat je verder dan de Decca aangaf. Men kende de snelheid en hield je chronometer in de gaten.
Men gebruikte het Scheur nog niet en sukkelde door op  diepte lijnen. Het pas van het Zand en de Empire Blessing voorbij, nam ik de Noordkant  van het vaarwater met een kuster. De Bol van Knokke opzoeken en op het echolood blijven lopen over de banken "Vlakte van de Raan"en "Wielingen Noord" om uiteindelijk in het Oostgat uit te komen en dan snel Hard Stuurboord geven om niet op het Nollestrand te eindigen. Je kreeg dan ook vlugger een loods zonder tussen de ankerliggers te moeten laveren.
Als je een mooi schip had en een goed bed, dan bleef je maar wachten tot het uitklaarde.
De oude loodsen wisselden hun ervaringen met ons uit en je kon er wat van leren.
De schepen die regelmatig op Antwerpen voeren hadden er meer vertrouwen in.

Zo ging het verhaal van de Goldfinch na een periode van mooi weer was het weer dik van mist, een zomer mist . De zeeloods voer ook op zijn eigen klok en de Decca. De minuten waren verstreken en de loods zegt tegen de kapitein; Dead-slow, we must be on Flushing roads, de kaptein zei; No pilot according to the Decca we are still 4 cables off the pilotstation. De loods geloofde het niet en zijn woorden waren nog niet koud of de Goldfinch klom op de stenen onder het kustlicht. Toen het uitklaarde, en zonnig werd kwam heel Vlissingen dit aanschouwen en zelfs een schilder met  schildersezel installeerde zich om het feit vast te leggen.

Er waren ook loodsen waarvan de vrouw in de zomer mee kwam en logeerden in Huize Truida gedurende hun zeebeurt. Een van die dames kwam collega Achiel tegen en vroeg: "Weet je niet waar Wardje zit ? K'en hem ol zo lange nie gezien........" "Bij Jaak, kiek moar over de meur, ie zit daar op de Goldfinch."

De "Natte" loods door Johnny Gunst

Toen de centrale nog op de Boulevard de Ruyter was, is jaren geleden een zeeloods binnengekomen, helemaal nat, om te vragen waar zijn schip was.
Wat was er gebeurd? Om een of ander reden is de betreffende loods midden in de nacht wakker geworden en ....waarschijnlijk gedroomd, dat hij gepord was. De betreffende loods sliep in de "flatjes", bij vele zeeloodsen nog gekend, en was rechtstreeks naar de steiger gegaan. Vroeger lag het ponton er nog niet, en moesten de loodsen via de ijzeren trap op de redeboot stappen. Dit is ook zo gebeurd, maar de loods in kwestie had niet door, dat er helemaal geen redeboot lag. Dus die is via de trap langzaam het water in gesukkeld, met alle gevolgen van dien. De loods was waarschijnlijk nog in slapeloze toestand als dit gebeurde.
Wij hebben hem uiteraard uitgelegd, dat hij helemaal niet "gepord" was, en dat hij terug naar zijn bedje mocht.

"Watch your language!" door Freddy Fonteyne

 

Toen ik nog ll. loods was, vertelde mijn vader zaliger (hij was ook loods) volgende anecdote.

Kort na WOII kwamen oa veel Amerikaanse schepen met allerlei goederen naar Antwerpen ivm de wederopbouw van West Europa, dit in het kader van het Marshallplan. Op een dag was er een USA schip in afvaart, van Vlissingen rede naar de Noordpost.

Apropos, waarom wordt een afvarend vaartuig meestal een "uitvarend" vaartuig genoemd? "Uitvaart" betekent toch "begrafenis", of heb ik dat verkeerd voor? Maar dit ter zijde.

Eens Kaapduinen voorbij, gaf de loods een nieuwe koers op, richting Westkapelle. Eens de roerganger op koers lag, gaf hij deze door aan de loods, die antwoorde met "allright". Op dat ogenblik was hij even in de kaartenkamer, om zijn loodsbriefje in te vullen. De roerganger riep direct terug met "all right" (hard stuurboord!), waarna het vaartuig enkele minuten nadien hoog en droog kwam te zitten. Moraal van dit verhaal dienen de (eventuele) lezers zelf uitzoeken!

 

Loods zonder broek door Sven Maes

 

Een loods kreeg tijdens een strenge winter een lange onderbroek van zijn echtgenote. Hij was daar geen fan van en was het ook niet gewoon. Toch kon ze hem eens overtuigen het ding aan te doen.

Op de kotter, na een avondje doorzakken en kaarten zoals in die tijd gewoonlijk, ging hij slapen. Een paar uur later werd hij gepord, deed nog half slapend zijn kousen en hemd aan maar vergat door die lange onderbroek zijn uniformbroek. Noch op de brug van de kotter, noch op die van het beloodste schip hadden ze iets gemerkt. Althans, zo leek het alvast. Nadien is gebleken dat ze op de kotter nog lang in een deuk hebben gelegen.

In elk geval heeft de loods pas na aankomst te Vlissingen gemerkt dat zijn broek op de kotter nog aan de kapstok hing. En dan met een klein hartje naar huis. Wij woonden toen in de Spuistraat. Die lange onderbroek heeft hij alvast nooit meer aangedaan.

 

Archieffoto: Motorloodsboten omstreeks 1930 door Freddy Fonteyne

pilot1

Motorloodsboot 1

pilot2

Motorloodsboot 2

LB7

Motorloodsboot 7

LB15

Motorloodsboot 15

motorloodsboot 17

Motorloodsboot 17

Motorloodsboot 18

Motorloodsboot 18

De vloot anno 1953 ddor Louis Cloet

Het gaat hier niet over de splitsing vloot - loodswezen, maar over de loodsboten.

De toestand in 1953. De vloot bevatte 6 schepen, gewoon van 1 tot 5 en de zesde was LB7. Bootje 1 en 2 waren tenders loodsboten 3,4 en 5 vrij nieuwe kotters. LB 7 was een vooroorlogse kotter die, uitgeleend aan Duinkerke, bij terugkomst ingezet werd als tender.

Bootjes 1 en 2

De tenders van toen leken ongeveer op de redeboten van nu, maar dan een maat groter. Er waren maar drie bemanningsleden, de schipper en de machinist en een matroos. Er was ook maar plaats voor twee personen op de brug. De schipper/loods-stuurman en de roerganger. Een enorm stuurrad vulde het hele stuurhuisje. Zodra het "tender varen" was, was het de "kick" om zo vlug mogelijk op de WC te zitten en er niet meer uit komen. Dit was namelijk de enige plaats waar je niet zeeziek werd. En wie waren de eersten? De twee lange loodsen uit Knokke.
De oude garde kroop in het vooronder, een lange trap naar beneden naar een kleine mess met een afschuwelijke stank. De oude vooroorlogse zitbanken waren gevuld met een soort espartogras en waren doorweekt van geur van mazout en de pijpen van sommige loodsen.
Een jonge loods kon het daar niet uithouden. Aan dek kreeg je natte voeten, dan maar op het toilet gaan zitten of vrijwilliger om te sturen.
Later zijn ze verkocht aan een bedrijf in Antwerpen en werden ze herdoopt als Bulldog 1 en 2 om sleepwerk te doen in de haven.

Loodsboot 7

Dit schip kwam terug van Duinkerke en fungeerde dan als tender. De opstelling van de werkboten was ook te ver naar achteren en bij het strijken van de jol kreeg je steeds een emmer water in je nek door de terugslag van het achterschip,. Als tender was het een verbetering. Enkele jaren later was er brand aan boord van bootje 7 aan de steiger in Vlissingen. De oorzaak weet ik niet meer maar sommigen hebben toch een berisping gehad. Nadat de brandweer alles geblust had, kwam men tot de ontdekking dat er geen enkel brandblusapparaat gebruikt was. Iedereen was de wal opgelopen.

De serie 3-4-en 5

Hoe de schippers op de werf ook geprobeerd hebben om de jol meer naar het midscheeps te krijgen, de plannen werden niet veranderd. Het is pas in de volgende serie dat de schippers na veel bla -bla en ruzies hun zin gekregen hebben. De indeling van deze schepen was ook nog primitief. Er waren maar twee toiletten voor de loodsen en dan nog in de kop van het schip. Wanneer je 's nachts aan boord kwam, je briefje invulde in de mess, kwam er wel een slaperige loods voorbij strompelen in zijn lange onderbroek en jartellen aan zijn sokken om een plasje te doen.
Later gebruikten ze maar twee van die loodsboten meer, de derde lag er voor de reserve onderdelen, want die waren niet meer op de markt. De laatste ligt nog in de "darzen" in Gent in een hoek op te roesten.

Aanvaring Corale 1957 door Louis Cloet

Als gelegenheids stuurman op de tender, na een periode van gestaakte dienst moest ik een" convooi " voor-loodsen naar Vlissingen. Ongeveer 7 schepen, waaronder stoomschepen en enkele kusters. Snelheid 7 knopen.

Na een fikse regenbui werd het zicht weer beter. De kapitein van de Corale dacht: "Het gaat mij te traag  en Vlissingen is al in zicht, ik ga er alleen vandoor." Hij liep het convooi voorbij en vroeg een loods voor Gent.  Zoals immer, na gestaakte dienst, waren er te weinig loodsen beschikbaar,

Op de rede gekomen moest hij wachten op de loods voor Gent en dat werd dan ook nog een zeeloods, F.B.. Op dat moment maakte de Rus NICOLAI BAUMAN  de bekende ronde om het Gat op te nemen. Hierdoor volgde een aanvaring met de Corale.

De redeboot die uitvoer met meerdere zee- en rivierloodsen, ging dus eerst naar de Corale, juist onder de muur van de Boulevard.
De hele bemanning van de Corale sprong in de redeboot.

De schipper zei tegen de loods die  ermee moest opvaren,"Jij  moet aan boord gaan".
B. zei,"Je kan me wat. Iedereen gaat van boord, hij is aan het zinken!". De drenkelingen stonden daar buitenadem aan dek en zagen hun schip zinken.

Een welbekende rivierloods zat ook in de redeboot en sprak; "Zeide gij de kapitein, ...Gij zijt ook van mijn kl.....ten..... zoe op mijn nuuchtere moag  een schip loaten zinken!"  Hij salueerde, hand aan de pet, nam zijn pet af en zwaaide naar de Corale die met draaiende schroef, kop eerst, in de dieperik verdween. En riep toen: "Au revoir Chérie!!!!!"

Het Lichtschip "Westhinder" door Daniel Trautzsch

Een uitgebreid verslag over het lichtschip "Westhinder"

Klik hier om het PDF-document te openen!

Archieffoto: Loodsenzeilboot door Freddy Fonteyne

De vraag die men zich zou kunnen stellen: waarom staat op het achterschip van de loodsboten "Antwerpen" en niet "Oostende", waar ze in deze laatste normaal binnenliggen?
Het verhaal zou zijn dat, zeker ten tijde dat er nog geen radioverbindingen waren, de naam "Oostende" voor verwarring zou kunnen zorgen. Immers, de meeste schepen moesten een "Antwerp Pilot" hebben en geen "Ostend Pilot".

loodsenzeilboot

loodsboot2

Op bovenstaande foto (postkaart) wordt de loodsboot verkeerdelijk aanzien als "une barque de pêche".

zeilloodsboot3

Op de zwarte delen van het zeil zou "P Stroombank" staan. (bouwjaar 1912)

zeilloodsboot4

Ze hebben geen officièle peter of meter, omdat ze geen naam dragen!
Dit in tegenstelling met de vaartuigen van de Marine, die en een naam en een internationaal nummer dragen.
De loodsboten zouden wel een "peetje" of "meetje" lap hebben.

zeilloodsboot5

Deze foto dateert van 1880

"Beloodsen van een duikboot" door Louis Cloet

Op een dag in de jaren 70 werd ik geroepen voor een duikboot, de" Billfish",  onder Amerikaanse vlag.  Een klein zeetje, zo'n kracht 4 bf, en wij met de jol daar heen.  Het schip was voor Zeebrugge.
We komen langszij van die sigaar en de jol kan niet dichter komen dan een meter of twee. Nu staan daar twee kikvorsmannen met zwemvliezen aan dek, aan weerszijden van een zware "tarpaulin", die als mat uitgerold was en beslagen met meerdere  dikke balken. Het was een alternatief voor een loodsladder. Die kikvorsmannen gooiden mij elk een boatrope toe, die moest ik enkel vasthouden en springen op die zware balken om het vlakke dek te bereiken.  Was ik in het water gevallen zouden ze beiden achter me aan gesprongen zijn..

Nu naar de commandotoren klimmen en daar was maar plaats voor drie man. De radar draaide juist boven je hoofd. Ze hadden ongeveer 6" insteek "stanchions" met een draadverbinding er om heen,om je staande te houden op dat kleine vlak.

Nu, onderweg naar Zeebrugge, de onderroeren maar ingetrokken we lagen nog meer dan 30 voet, en bij elke koersverandering kreeg een antwoord van beneden. 

b.v. ik zei: "one-three-three!"
Van beneden kwam het antwoord:" ....Command suggests  one-three-o".
Ik dacht:"Tja, waarom neem je een loods als het beter weet!"

Opgeslakt in het pas van het Zand nemen we de Zeebrugse loods aan boord op 2 mijl van de kop van de mole.

" Full Ahead please."
Zegt die kapitein:" Do You mean it pilot...?"
" Wat's your maximum speed Captain ?"
" Well pilot, this is classified, but its a hell of lot, you just tell me the speed you need and you'll get it."

Verder is alles goed verlopen en eenmaal gemeerd kregen we een rondgang aan boord, de nucleaire reactor konden we enkel door een zeer dikke patrijspoort bekijken. De kapitein was de enige die een eigen hut had, alle officieren moesten de hut delen. De bemanning moest drie-hoog in een lange pijpela slapen.

Er waren 180 man aan boord  maximum leeftijd 37-38 jaar en daarna on surface-craft, of instructor.  De leiding moest om de twee jaar een gesimuleerde aanval doen met kernraketten.
Indien ze één fout maakten werden ze afgemonsterd en kregen ze een waljob. Er werd ook niet gerookt aan boord.

et delsel van de "Conningtower" en ook het delsel van de radar waren ongeveer 20 cm dik en konden in het Poolgebied een ijslaag van 4meter dik doorbreken (While surfacing)

Om te eindigen zei de kapitein: "Now I will show you the most important machine on the ship:  The Ice-cream machine."

"Brandoefening" door Louis Cloet

Toen ik chefloods werd, kwam op een dag de dienstchef met een vel papier.
Morgen om 10.00u is het Brandrol en de nodige blablabla.
Dus ik om 10.00u de alarm-bel "Brand in de werkplaats van de walmachinist."  
Ik moest een briefing geven en instructies etc.
Mijn  eerste vraag aan het redepersoneel: 

"Wat gaan jullie als eerste doen ?"
" Ah, Mr Cloet we goan eerst uzen auto verzetten he, dat ie nie verbrandt."

Ik geloof dat ik geen vragen meer gesteld heb .